scene-2

Interview met Veldhuis en Kemper

Twee jongens uit de reclame die ook nog eens vrijwel meteen een hit hadden met ‘Ik wou dat ik jou was’. Kemper: ‘Dat is in theaterland zo ongeveer vlek op vlek’. Inmiddels heeft het duo bewezen dat ze een vaste waarde binnen het cabaret zijn. ‘We willen mensen troosten door ons eigen geworstel te laten zien’. LEES MEER.


Door Rinske Wels

Richard Kemper: ‘Op het podium zijn wij tegenpolen. Dat is één van de lessen van onze dramaturg André Veltkamp. Hij zei: “Er moet een conflict zijn anders kun je net zo goed solo op het podium gaan staan.” Maar bij het schrijven... Wij moeten gewoon vaak om dezelfde dingen lachen.’

Remco Veldhuis: ‘Je voelt dat onze nieuwe voorstelling Of de gladiolen ook weer fijn om naar te kijken gaat worden, omdat die twee energieën er mee bezig zijn. Zijn visie is saai en eentonig. De mijne is irritant en gemaakt grappig. Maar gooi ze bij elkaar...’

Kemper (lachend): ‘En je hebt een soort saaie gemaaktheid.’

Veldhuis: ‘...Nee, een Bloody Mary, een lekkere cocktail!’

Interessante vragen stellen

De twee mannen ontmoeten elkaar in 1997 en doen in 1999 mee aan cabaretfestival Cameretten. Daar worden ze tweede, achter Marc-Marie Huijbregts. Het begin van een theatercarrière met – tot nu toe – zeven programma’s en een achtste in de maak. In hun shows proberen ze het publiek ‘de andere kant’ te laten zien.

Kemper: ‘Het is niet ontzettend hoogdravend wat we doen, we willen het vergrootglas leggen op het leven dat wij leiden, wat de mensen om ons heen leiden en daar een paar interessante vragen over stellen. En ons erover opwinden, ons boos maken of juist relativeren. We vergroten dingen uit. De rode draad in het leven is toch vaak: hoe gaat het thuis en wat moet je zelf met wat er om je heen gebeurt?’

Veldhuis: ‘Wat ons vaak overkomt in het maakproces van een nieuwe voorstelling is dat we iets zien dat we niet kunnen bijhouden.’

Kemper: ‘En waar we nog niet helemaal van weten wat we ervan vinden. De vraag die onze regisseur Geert Lageveen in het maakproces van Of de gladiolen steeds stelt, is: wat moet ik met mijn leven? Dat is geïnspireerd op wat de Leidse hoogleraar ouderengeneeskunde Rudi Westendorp zegt. We worden allemaal steeds ouder, dus onze levensfases verschuiven. De medische ontwikkelingen gaan zo snel dat je er per tien jaar leven, tweeënhalf jaar bij krijgt. Honderd jaar geleden werd men gemiddeld veertig, nu al tachtig jaar oud. Onze kinderen worden sowieso 100.’

Skeelerende bejaarden

Veldhuis: ‘We hadden Oud worden zonder het te zijn van Westendorp gelezen en ineens zag ik in het AD een artikeltje: Man pas volwassen bij 43. Dan hebben we meteen een ingrediënt voor ellende. Je kunt namelijk zeggen: we worden steeds ouder, maar alles in ons is erop ingesteld om zo jong mogelijk te blijven. Dus de tijd dat we jong moeten blijven, wordt steeds langer.’

Kemper: ‘Terwijl ons lijf op ons veertigste in principe klaar met ons is. Dan zijn we, evolutionair gezien, niet meer nodig. In Of de gladiolen willen we onze persoonlijke worsteling met deze gegevens laten zien. Ik dacht bijvoorbeeld dat het klaar was, maar aangezien ik nog alle tijd heb, wil ik scheiden. En Remco worstelt met de vraag: word ik wel of niet volwassen?’

Veldhuis: ‘Want hoe sneller ik volwassen word, hoe langer ik in die ‘volwassentijd’ mee moet.’

Kemper: ‘Overigens zegt Westendorp, en dat vinden wij ook: de leukste manier om oud te worden, is zo lang mogelijk het kind in jezelf te bewaren.’

Veldhuis: ‘Je struikelt straks in het Amsterdamse Vondelpark over de skeelerende negentigers.’

Kemper: ‘We schrijven ook scènes over tien-minutengesprekjes, toiletrollen en andere dingen die niks met het thema te maken hebben. Dat moet ook, je moet ook vrij denken. Ik vind dit een van de leukste onderdelen van ons vak, het verzinnen van een nieuw programma. Dat alles nog kan.’

Veldhuis: ‘Ook dat hebben we verdeeld. Richard vindt het fantastisch, ik vind het verschrikkelijk. Ik ben pas rustig als alles “staat”. Die onzekere fase waarin Richard floreert, ben ik voornamelijk in paniek. Nou is dat misschien een te groot woord, maar wel zonder bodem, zonder houvast.’

Minder polijsten

Mensen een goede avond bezorgen vinden ze niet onderscheidend genoeg. Dat willen alle cabaretiers. Zij hebben als randvoorwaarde gesteld dat mensen met een leuker gevoel naar buiten komen dan dat ze naar binnen gingen. En: er mag gelachen worden. Graag zelfs.

Kemper: ‘Kunst gaat om het stellen van de juiste vragen in plaats van het geven van de goede antwoorden. Dus willen wij ons eigen gestuntel laten zien met dingen uit de tijdgeest. Ik denk dat we laatste jaren steeds meer onze eigen zwakheden daarin  hebben durven laten zien. Dus eigenlijk is het troost bieden: we zijn niet de enigen, we worstelen er allemaal mee, dus probeer erom te lachen. Er zit een wereld van verschil tussen het ideaalbeeld in ons hoofd en de dagelijkse praktijk. Misschien zit in dat verschil, in het besef daarvan, wel het geluk. Dat je jezelf een beetje kunt relativeren, dat we het allemaal niet te serieus moeten nemen. En we vinden het leuk om een mooi liedje met twee stemmen te zingen.’

Veldhuis: ‘Hoe ouder we worden, hoe minder drang we hebben om de dingen anders te benoemen dan ze zijn. We maken ze minder mooi. Na een leesvoorstelling van Of de gladiolen mailde een kennis van me: “Jullie krijgen steeds meer een rauw randje.” Daar moeten mensen misschien straks even aan wennen. We hebben gewoon minder de behoefte om dingen dicht te smeren en af te schuren. Het is minder gepolijst.’

Abonnement verlengen

Een duo zijn, betekent een intense relatie met ups en downs. Niet alleen in het werkproces en op het podium, maar ook onderweg. Kemper: ‘Als je vier, vijf keer in de week naast elkaar in een busje zit, moet het wel een beetje leuk hebben met elkaar.’

Veldhuis: ‘Dan moet je vrienden zijn.’

Kemper: ‘Dat zijn we. Heel erg.’

Daarom praten ze geregeld over hun plannen voor de toekomst. Wat willen ze beiden? Niet alleen in hun werk, maar ook in het leven. Dat neemt niet weg dat ze ook wel eens knallende ruzie hebben. Veldhuis: ‘Maar we hebben allebei het volstrekte onvermogen om een conflict lang te laten duren. Meestal is het na een nacht slapen weer opgelost.’

Gaan ze, net als veel andere duo’s, uiteindelijk toch uit elkaar? Veldhuis: ‘We krijgen het benauwd bij een lange-termijnplanning. We floreren allebei bij de Vodafone-relatie: steeds ons abonnement verlengen omdat de samenwerking zo onwijs goed bevalt. Dat heeft iets fijns. Toch, Rich?’

Kemper: ‘Zeker. Wij hebben ooit afgesproken dat we een plan maken voor één voorstelling. Zo is het eigenlijk nog steeds.’

Veldhuis & Kemper zijn in maart 2015 drie keer te zien in het DeLaMar Theater in Amsterdam. Klik hier voor meer informatie en kaarten.

0 Reacties

0 Reacties :

Stuur bericht

Volg Delamar Theater op: