mijn delamar andre van duin

Mijn DeLaMar: André van Duin

Als ik bel om kaartjes te bestellen hoef ik mijn favoriete rij niet eens meer te noemen, dat weet de caissière al. Maar ik kom hier dan ook best vaak. De zaal is rood, dat is ook goed. Een theater met blauwe stoelen en blauw voordoek, dat is geen theater. LEES MEER.


Het DeLaMar is bovendien dichtbij, we fietsen er zo naartoe. Het heeft alle faciliteiten die een theater moet hebben. Niet alleen in de zaal, maar ook in de foyers, er hangt overal kunst en de sfeer is bijzonder: hier en daar een open haard, mooie aankleding, het is een nieuw theater maar het heeft de oude grandeur.

Als ik hier speel ziet mijn DeLaMar er weer heel anders uit. Voorafgaand aan de voorstelling kom ik nooit ‘voor’, dat vind ik niet kunnen. Het moet zo zijn: het voordoek gaat open en daar komt de man waar je op wachtte. Als je die van tevoren bitterballen hebt zien eten is de magie weg.

Ik heb hier een paar maanden gestaan, dan kwam ik binnen in de artiestenfoyer, aten we met de hele groep, ging ik om half acht naar de kleedkamer, beetje babbelen, naar het toilet, dat soort dingen. Geen bijgeloof, geen gekke dingen. Gelukkig maar, anders zit je daar meteen aan vast. Mag je geen geel meer dragen, niet met elkaar praten in de pauze, niet fluiten.

Om kwart voor acht ging ik me omkleden, om acht uur bij het voordoek heen en weer drentelen, de muziek doet nog even boem boem, beetje praten, de zaal is nog niet vol, er moet nog een bus komen. Wat voor een mensen komen er, lachen ze een beetje, staan ze in groepjes bij elkaar, wat voor types zijn het, dat hou ik allemaal in de gaten.

Als ze rumoerig zijn is het fijn publiek. Ze hebben natuurlijk ook een kaartje voor je gekocht, dan sta je meteen 1-0 voor, dan zit er niemand in de zaal die denkt: oh nee, hebben we hem weer.

Zenuwen heb ik nooit van tevoren, het is werk, maar het is feestelijk werk. Veel zalen zijn te groot, die van het DeLaMar niet, ook de grote niet. Daar passen veel mensen in maar de stoelen staan dicht bij het toneel, ook het balkon is goed te zien. En er is nog een belangrijk verschil met theaters in de provincie: het einde. Dat ís al zo ontluisterend, dan ben je klaar met spelen, gaat het werklicht aan, voor je het weet sta je in je up op een verlaten industrieterrein naar de laatste wegrijdende bezoeker te staren. Hier is dat heel anders. Binnen en buiten sluiten goed op elkaar aan. Je bent klaar met spelen en wandelt de stad in. Dat is in feite zowel voor de artiest als voor het publiek prettig: in het DeLaMar gaat de magie na afloop van de voorstelling gewoon nog een tijdje door.

Door: Jowi Schmitz

0 Reacties

0 Reacties :

Stuur bericht

Volg Delamar Theater op: