Interview Peter Blok

'Laatst was ik aan het verbouwen en moest wat muren witten. Nou, dan heb ik het na drie dagen wel gehad. Met acteren heb ik dat nog nooit gehad, zelfs na dertig jaar werkervaring. Na zoveel tijd ken ik de meeste theaters in Nederland. En ik weet: het DeLaMar is mijn thuistheater.' LEES MEER

DOOR JOWI SCHMITZ

'De vijf jaar dat het nu bestaat stond ik hier in vijf producties, ik heb alle kleedkamers wel gehad. Tijdens die verbouwing had ik ook geen wifi, toen liep ik als vanzelf hier even binnen. Kopje koffie, even mijn mail checken. 'Mijn DeLaMar' is niet één specifieke plek, het is het hele gebouw.'

Peter Blok wijst op de spiegel in zijn kleedkamer. Ervoor ligt een blauwe handdoek, wit kleedje erop, met uitgestald een lekker geurtje, scheerspullen, wat cadeautjes, een boek. Aan de spiegel hangen ansichtkaarten. Blok voelt aan één van de tl-balken langs de spiegels: 'Dat gele tape zit er al sinds de vorige productie die ik hier speelde. Het is nog net geen kaarslicht, maar wel een stuk beter dan het was.’ Blok wijst op de foto’s aan de muur, op het bloemetje dat er staat. Hij vertelt over de artiestenfoyer waar altijd reuring is en altijd wel iemand van de directie rondloopt. 'Ik bedoel, ik douche hier net zo vaak als thuis. Dan woon je hier toch een beetje.'

De Mary Dresselhuys zaal, daar houdt hij ook zo van. 'Er gaan 600 mensen in, maar het voelt alsof dat er maar tweehonderd zijn, zo dichtbij zitten ze. Je kan hier voor je gevoel het balkon een hand geven.'

Blok heeft een vast theaterkoffertje waar de spullen in zitten die nu voor zijn spiegel staan. Toen hij in De tijd voorbij speelde, wist hij al dat hij tien dagen later in Hij Gelooft in Mij zou staan. En na afloop van die voorstelling stond hij vier weken later weer in Welkom in de familie. Die koffer bracht hij van kleedkamer naar kleedkamer. ‘Die heeft al die tijd het theater niet verlaten.'

Bijgelovig is hij niet, rituelen heeft hij wel, die ontstaan per voorstelling. Is een rol ernstig, dan zoekt hij de ernst, moet het wat luchtiger, dan holt hij bij wijze van spreken de koffie nog doorslikkend het toneel op. En dan is het alleen maar fijn dat de kleedkamers zich in de buik van het gebouw bevinden. Drie trappen moet je op, dat is al een ritueel op zichzelf. 'Zoals bij de catacombes in een voetbalstadion. Hier beneden hoor je door de boxen het geroezemoes van de zaal, als je hoger komt wordt dat geluid uit die boxen overgenomen door het echte geroezemoes. Dat is het moment voor de wedstrijd. Echt zenuwachtig ben ik dan niet, maar ik luister goed hoe de zaal klinkt. Ze hebben er zin in, denk ik dan. Ik ook.'

0 Reacties

0 Reacties :

Stuur bericht

Volg Delamar Theater op: