Magische vlucht uit het leven van alledag

Zoektocht naar de kracht van theater, door Hein Janssen

Het licht gaat uit, de gordijnen schuiven open en de voorstelling begint. In het theater kunnen we even wegvluchten uit het leven van alledag. "Het is pure magie."

Onze fascinatie met de sterfelijkheid is een van de redenen dat we naar theater gaan. We hebben geen tijd om het allemaal in één leven te ervaren en horen graag hoe het anderen is vergaan. Wij gaan er heen om levens te zien die groter zijn, of lijken dan die van onszelf.’

Dit citaat komt uit de voorstelling Bard in the Yard van acteur Wim Bouwens die deze zomer te zien was in tuinen en parken. Aan het woord is William Shakespeare himself, die tijdens de pestepidemie in Londen kampt met een writersblock. Onderwijl laat hij fragmenten horen uit beroemde stukken als Hamlet, Romeo en Julia en Henry V.

Theater is bij uitstek de plaats waar je je kunt onderdompelen in andere werelden, waar je andere levens kunt beleven. Met als mogelijk resultaat dat je nieuwe inzichten krijgt of voor even kunt vluchten uit de realiteit. Dat had Shakespeare indertijd al goed in de gaten, en daarom schreef hij net zo makkelijk prachtige liefdes - verhalen als gewelddadige konings - drama’s en luchtige komedies. Want wie wil er niet op zijn tijd een smachtende Romeo, wraakzuchtige heerser of vrolijke schuinsmarcheerder zijn? Het kan, in het theater. 

Doorgaans beleef je theater in een donkere zaal, met allerlei vreemden om je heen. Je bent volledig aan jezelf overgeleverd en aan wat anderen voor jou hebben bedacht en uitgevoerd. Dat kan variëren van een vrolijke avond waarin je lacht om de onbenulligheden van  het leven, tot een doodernstige voorstelling waarin oorlog en geweld je diep raken. In datzelfde Bard in the Yard legt Shakespeare uit dat vaak wordt gedacht dat tragedies belangrijker zijn dan komedies en dat hij vooral wordt geprezen om zijn ernstige stukken over dode vaders, onder - worpen vrouwen, geesten en familie ellende. Daarom houdt hij een pleidooi voor de komedie, juist om even te kunnen ontsnappen aan de alledaagse zorgen.

Het afgelopen jaar viel er weinig te ontsnappen, want de meeste tijd waren de theaters dicht. Wat hebben we gemist? Of viel dat mee? Natuurlijk waren we vooral bezig dat virus buiten de deur te houden. Maar ik was erg blij dat ik tussen twee lockdowns door vorig jaar zomer toch weer een paar keer naar theater kon - in de open lucht, bij een acteur thuis, met 30 man in Theater Frascati of luisteren naar Meral Polat op het podium van DeLaMar. Het was ontroerend te zien hoe zorgvuldig theatermedewerkers met de nieuwe regels omgingen. Veiligheid eerst, daarna de kunst. 

GORDIJNEN
Theaterbezoek: je komt binnen, gaat zitten, het licht dooft, de gordijnen gaan open en dan gebeurt het. Maar wat dan? Misschien kun je dat het best omschrijven als magie. En bij dat woord moet ik altijd denken aan Blanche Dubois, hoofdpersoon in een van mijn lievelingsstukken: A streetcar named Desire van Tennessee Williams. ‘Ik zal je zeggen waar ik van hou. Magie! Ja ja, magie! Dat probeer ik de mensen te geven. Ik verdraai de dingen voor ze. Ik zeg niet de waarheid, ik zeg wat waar zou moeten zijn. En als dat zondig is, dan verdien ik maar de hel! Laat dat licht uit!’ Dit zegt Blanche, een verlopen nachtvlinder – ooit mooi, jong en van aanzien, nu afgebrand en berooid.

Ze verschanst zich het liefst in het donker, maar in haar woorden zit de kern van wat theater is: een plek buiten het felle licht, om even weg te dromen. In ons allemaal zit, vrees én hoop ik, een beetje Blanche.

Tsjechovs Drie Zusters kent ook al zo’n verzuchting naar andere, betere tijden. De zusters  weten van begin af aan dat ze hun saaie levens op het Russische platteland nooit zullen verruilen voor een uitbundig bestaan in de stad (‘Naar Moskou! Naar Moskou!’). Na een korte opflakkering van gevoelens, als er een regiment soldaten voorbij komt, resteert tenslotte de berusting. Aan het eind van het stuk is het laatste woord aan Olga, de oudste van de drie, die met de moed der wanhoop troost probeert te bieden: ‘Oh, lieve zusters, ons leven is nog niet voorbij. Wij zullen leven! De muziek speelt zo vrolijk, zo blij en ik denk dat het bijna zover is dat we zullen ontdekken waarvoor we leven, waarvoor we lijden. Als we dat eens wisten, als we dat eens wisten!’

Hoe te leven? Omdat die vraag in het gewone leven nauwelijks te beantwoorden is, biedt het theater soms uitkomst. Het lijkt nu misschien of theater alleen maar een uitwijkmogelijkheid is, een plek om voor even kennis te maken met nieuwe mensen, nieuwe omstandigheden, andere werelden te ontdekken. Droommomenten met vluchtelementen.

Maar het wonderlijke is dat ik als jongeman werd getroffen door twee toneelstukken: Wie is er bang voor Virginia Woolf? van Edward Albee en De nacht, de moeder van de dag van Lars Norén. Geen vrolijke stukken, integendeel: in het ene maakt een uitgeblust echtpaar, op zoek naar verlossing, elkaar genadeloos af; in het andere gaat een heel gezin ten onder. Vervlogen illusies, armoede, alcoholisme, verzonnen kinderen, misbruikte kinderen – het zit er allemaal in.

Ik vond het even aangrijpend als prachtig. Omdat ik toentertijd, in mijn vormende jaren, ook de destructieve kant van de menselijke ziel leerde kennen en zag dat mijn eigen familie dus niet het enige was. Oké, de ellende in die stukken was flink gedramatiseerd, maar daarom juist ga je naar theater. Het uitvergrote leven is altijd interessanter dan het gewone. Toen Lars Norén ooit werd gevraagd waarom hij zoveel menselijke pijn in zijn stukken toeliet, was dit zijn antwoord: ‘Ik wil de tijd laten zien die het kost om een wond te helen. Of de mogelijkheid laten zien van die genezing. Een voorstelling moet een wond zijn die geneest. Ik wil de mensen niet angstig maken’.

Word je van theater een beter mens? Met andere woorden: als je al die smachtende ellendelingen op het toneel ziet, let je dan een beetje meer op je eigen beschaving en beheersing? Lang hield die vraag me bezig, maar een antwoord is eigenlijk niet te geven en doet er ook niet toe. Opnieuw wil ik Lars Norén aanhalen: ‘Waar ik op uit ben in het theater is niet dat de mensen moeten huilen of zich ellendig moeten voelen of allerlei angsten moeten krijgen, maar dat ze veranderd zijn, een ander zijn, dat ze niemand zijn als ze opstaan.’ Niemand zijn en daarna toch weer iemand worden – in het theater kan dat allemaal.

Hein Janssen is theaterjournalist en schrijft voor de Volkskrant.

Meer mooie theaterverhalen als deze vind je in het 'DeLaMagazine'. Dit jubileummagazine van DeLaMar is gratis aan te vragen, als cadeautje voor theaterliefhebbers in heel Nederland.

vraag het magazine aan

Ik Kijk Uit Naar Campagne

Naar welke voorstelling kijk jij uit?

We hebben een gloednieuwe quiz opgezet, waarin cabaretier Howard Komproe uitzoekt welke voorstelling het beste bij jou past. Aan het einde van de quiz kun je kaarten voor deze voorstelling boeken en mag je op de foto met de bijbehorende poster. Zo kun jij aan al je vrienden en familieleden laten weten waar jij naar uitkijkt!

Inschrijven nieuwsbrief

Dankzij onze nieuwsbrief ben jij twee keer per maand als eerste op de hoogte van nieuwe voorstellingen, exclusieve video’s en mooie kortingsacties. Schrijf je snel in!
Onze bezoekers beoordelen ons met een
/5